Leerplan

In de eerste zeven jaren staat in het leerplan het bewegen centraal. Het kind moet zijn lichaam helemaal veroveren en leert door het DOEN; door het nabootsen van alle bewegingen, handelingen en gebaren vanuit zijn omgeving.
In de kleuterklas van de vrijeschool worden daar op allerlei manieren (zang, dans, schilderen, kleien, wevem, timmeren, broodbakken etc.) stimulansen voor geboden.

Voor het kind tussen 7 en 14 jaar is de TAAL het belangrijkste opvoedmiddel. Via het gesproken en doorleefde woord nemen de kinderen beelden en ervaringen op die hen innerlijk voeden en een basis leggen waarop later het eigen oordeel wordt gevormd.

Naast de hoofdvakken taal/rekenen, wiskunde/leefomgeving, beweging/handvaardigheid/handwerken, kunst en levenskunst worden de vakken engels, muziek (zang met blokfluit), schilderen, tekenen, boetseren, gymnastiek en euritmie gegeven.

Euritmie is een bewegingskunst die taal en muziek in gebaar wil samenbrengen. Op vrije scholen wordt Euritmie pedagogisch ingezet omdat het versterkend werkt op het bewustzijn voor klank, woorden, ruimte, orientatie en concentratievermogen. Daarbij werkt euritmie harmoniserend op het bewegingsorganisme en het wekt een sociale alertheid op.